Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. kraan (de ~ | meervoud kranen)
    slim iemand; iem. die uitblinkt; iemand die ongelooflijke dingen kan; deskundige; toonaangevend iemand op bepaald gebied; iemand die ergens in uitmunt; iemand die ergens erg goed in is; op enige wijze opvallend iemand; iemand erg goed ergens in; iemand die ergens in uitblinkt; iemand die uitblinkt in bv. sport
    "een kraan in [rekenen]"
    Synoniemen: uitblinker, aas, duivelskunstenaar, expert, grootmeester, kanjer, raspaardje, kei, topper, crack
  2. kraan (de ~ | meervoud kranen)
    afsluitbaar uiteinde v.e. leiding
    "onder de kraan [houden/stoppen]"
  3. kraan
    een kraanvogel
  4. kraan
    iemand die op een bepaald gebied uitblinkt
  5. kraan
    /, mechanisme waarmee de stroming van vloeistof of gas geregeld kan worden
  6. kraan
    /, (van kabels en katrollen voorzien) werktuig om voorwerpen in de hoogte te verplaatsen

Voorbeeldzinnen

  1. Ik heb een lekkende kraan.
  2. Kraan
  3. Mobiele kraan van categorie N
  4. Kraan of zelfsluitende klep defect.
  5. Mobiele kraan van categorie N3
  6. Kraan of zelfsluitende klep defect.
  7. Aankoop van een nieuwe kraan
  8. Kranen, mobiele hijsinstallaties en transportwagens met kraan
  9. Kraan of klep zit los of is slecht gemonteerd.
  10. Het gebruik van de nieuwe kraan zal de productiviteit verhogen.