Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. koel
    verstandig, zakelijk
    "een koele kikker"
    Synoniemen: pragmatisch, praktisch, prozaïsch, nuchter, realistisch, reëel, zakelijk
  2. koel
    niet hartelijk; koel; niet hartelijk; afstandelijk
    "een koele ontvangst"
    Synoniemen: koeltjes, kil, afstandelijk, koud
  3. koel
    koel; fris
    "koel water"
    Synoniemen: frisjes, fris
  4. koel
    mbt. de of een universiteit; universitair; mbt. wetenschap
    Synoniemen: universitair, academisch, wetenschappelijk, nuchter, zakelijk
  5. koel
    zich niet in de praktijk voordoend
    Synoniemen: theoretisch, papieren, academisch, nuchter, zakelijk
  6. koel
    slaafs
    Synoniemen: schools, nuchter, zakelijk
  7. koel
    met een naar verhouding lagere temperatuur dan de warme of hete omgeving
    "Zet het in de kelder, dan blijft het wel koel."

Voorbeeldzinnen

  1. Houd het hoofd koel.
  2. KOEL-VRIESKAST
  3. Koel-vriescombinaties
  4. Koel-vrieskast
  5. Koel- en diepvriesuitrusting
  6. Koel-vrieskasten, compressietype:
  7. Koel gematigd — Droog
  8. Koel gematigd — Nat
  9. Koel- en ventilatie-uitrusting
  10. KOEL-KELDERKAST, KELDERKAST EN WIJNBEWAARKAST