Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. knal (de ~ | meervoud knallen)
    plotseling, kort en hard geluid
    "met een knal"
  2. knal
    een kort, hard en luid geluid als van een ontploffing
    "We hoorden een knal en zagen een rookpluim."

Bijvoeglijk naamwoord

Verwijzingen

Werkwoord

  1. knal is een vervoeging van knallen

Voorbeeldzinnen

  1. Het ontplofte met een luide knal.