Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. kluns (de ~ | meervoud klunzen)
    knoeier
    Synoniemen: dreutel, duts, frutselaar, hannes, jandoedel, klungel, knurft, lomperd, lummel, prutser, stoethaspel, stuntel, stuntelaar, sukkel, amateur, hobbezak, knuppel
  2. kluns
    een onhandig persoon
  3. kluns
    een gecastreerde ezelshengst

Verwijzingen

Werkwoord

  1. kluns is een vervoeging van klunzen