Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. klungel (de ~ | meervoud klungels)
    knoeier
    Synoniemen: kluns, dreutel, duts, frutselaar, hannes, jandoedel, knurft, lomperd, lummel, prutser, stoethaspel, stuntel, stuntelaar, sukkel, amateur, hobbezak, knuppel
  2. klungel
    een onhandig persoon
    "Die klungel kon de bal niet in de richting van het doel trappen."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. klungel is een vervoeging van klungelen