Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. kabouter (de ~ | meervoud kabouters)
    meisje bij de scouts
  2. kabouter
    klein kind
    Synoniemen: dreumes, dreutel, hummel, keutel, kruimel, krummel, puk, ukkepuk, wurm
  3. kabouter
    goedaardige kwelgeest; verzinsel; klein mannetje met puntmuts