Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. ja
    het bevestigen of beamen van iets.
    Synoniemen: bevestiging, affirmatie
  2. ja
    bevestigend of instemmend antwoord
    "Hij antwoordde met een volmondig ja."

Bijwoord

  1. ja
    duidt bevestiging of instemming aan
    "Heeft hij dat echt gezegd? Ja."

Tussenwerpsel

  1. ja
    kreet van opwinding
    "Ja! We hebben gewonnen!"

Voorbeeldzinnen

  1. Ja.
  2. Ja, graag.
  3. Ja, ik kom dadelijk.
  4. Ja, sinaasappelsap, alstublieft.
  5. Ja, ik spreek Spaans.
  6. "Speelt zij tennis?" "Ja."
  7. Nee... Ik bedoel, ja.
  8. Ja, ik kom.
  9. Ja of neen?
  10. Ja en nee.