Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. invloed
    het opwekken van een magnetisch of elektrisch veld d.m.v. een naburig magnetisch of elektrisch geladen lichaam
    Synoniemen: inductie
  2. invloed (de ~ | meervoud invloeden)
    effect
    "goede invloed"
  3. invloed
    het vermogen om op anderen in te werken
    Synoniemen: influentie
  4. invloed
    inwerking van een persoon, zaak of omstandigheid op een andere
    "Dit schilderwerk vertoont impressionistische invloeden."
  5. invloed
    het vermogen om op anderen in te werken
    "Als hoge ambtenaar heeft hij een grote invloed."

Voorbeeldzinnen

  1. Zijn potentiële invloed kan niet overschat worden.
  2. Je moet niet rijden onder invloed van drank.
  3. De Normandische overwinning tegen Engeland heeft een grote invloed gehad op de Engelse taal.
  4. Het lot verandert de afkomst niet", "De omstandigheden hebben geen invloed op de herkomst
  5. Invloed van de veroudering
  6. Invloed van één andere EG-producent
  7. Matig beïnvloed door zoetwaterinstroom (continentale invloed)
  8. Invloed van Q-Cells op Sovello
  9. Dierenwelzijn ondergaat de invloed van veehouderijmethoden.
  10. Invloed van afval op het mariene leven