Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. iebel
    geprikkeld; boos; ontstemd; kregel; geprikkeld; geprikkeld; kregel; geïrriteerd; geprikkeld; geprikkeld
    "helemaal iebel worden van [dat gezeur]"
    Synoniemen: geïrriteerd, verstoord, gecrispeerd, geprikkeld, gramstorig, ibbel, korzelig, kregel, kregelig, kribbig, kriegel, kriegelig, wrevelig, kriebelig