Betekenis van:
identiteit

identiteit (de ~ | meervoud identiteiten)
Zelfstandig naamwoord
  • eigen persoonlijkheid als mens; persoonlijkheid; opvallend iemand
"veel jongeren zijn op zoek naar hun eigen identiteit"
"een eigen identiteit hebben"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

identiteit (de ~ | meervoud identiteiten)
Zelfstandig naamwoord
  • persoonsgelijkheid
"de identiteit vaststellen"
"de ware identiteit"

Hyperoniemen

Hyponiemen

identiteit (de ~)
Zelfstandig naamwoord
  • algemene gelijkheid
"de identiteit van [twee voorwerpen]"

Hyperoniemen

identiteit
Zelfstandig naamwoord
  • een kenmerk dat je onderscheidt van anderen en bepaalt wie je bent
"De agent vroeg of ik mijn identiteit kon aantonen."

Voorbeeldzinnen

  1. Identiteit
  2. [Identiteit]
  3. identiteit;
  4. Bevestigde identiteit (vastgestelde identiteit)
  5. Identiteit vervoerseenheden
  6. Identiteit vastgesteld?
  7. Identiteit hoofdspoorwegonderneming.
  8. identiteit rapporteringspunt
  9. Identiteit donor
  10. Identiteit handelszegel
  11. misbruik van een identiteit.
  12. Identiteit van de begunstigde
  13. Identiteit van de begunstigde
  14. Gevaarlijke stoffen, identiteit.
  15. Identiteit van het gewasbeschermingsmiddel