Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. huisgezin (het ~ | meervoud huisgezinnen)
    man, vrouw en eventuele kinderen; huisgezin; familieleden in één huishouden; mensen die samen in één huis wonen
    "een huisgezin van vijf personen"
    Synoniemen: gezin, familie, huishouding