Betekenis

Werkwoord

  1. houden
    houden voor
    "iemand voor een idioot houden"
    Synoniemen: oordelen, schatten, zien, achten, beschouwen, bevinden, aanmerken
  2. houden
    in de genoemde stand laten blijven
    "de wijzer op stand zes houden"
  3. houden
    afspreken
    "het erop houden dat ..."
  4. houden
    in uitvoering hebben; organiseren
    "een feestje/congres/vergadering houden"
    Synoniemen: voeren
  5. houden
    onderhouden, in acht nemen
  6. houden
    in de genoemde toestand laten blijven
    "de deur gesloten houden"
    Synoniemen: blijven
  7. houden
    in de hand of handen houden
    "iemand bij de hand houden"
    Synoniemen: beethouden, beethebben, vasthouden
  8. houden
    niet afstaan, behouden
    "iets mogen houden"
    Synoniemen: behouden, bewaren
  9. houden
    de zorg hebben over
    "twee schildpadden en een hond houden"
  10. houden
    niet laten varen, het bezit ervan niet verliezen
    "Hij hield het huis, maar zij kreeg de kinderen bij de echtscheiding."
  11. houden
    huisdieren verzorgen
    "Piet hield kleurkanaries."
  12. houden
    ''het ~ met'' een verhouding hebben met iemand
    "Hij hield het met zijn dienstmeid."
  13. houden
    ''~ van'' liefhebben, liefde gevoelen voor iemand
    "Hij hield heel veel van haar."
  14. houden
    ''het ~ op'' concluderen tot iets
    "De politie hield het op een inbraak, maar later bleek dit onjuist."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. houden is een vervoeging van aaneenhouden
  2. houden is een vervoeging van aanhouden
  3. houden is een vervoeging van achterhouden
  4. houden is een vervoeging van afhouden
  5. houden is een vervoeging van bezighouden
  6. houden is een vervoeging van bijeenhouden
  7. houden is een vervoeging van bijhouden
  8. houden is een vervoeging van binnenhouden
  9. houden is een vervoeging van boekhouden
  10. houden is een vervoeging van bovenhouden
  11. houden is een vervoeging van buitenhouden
  12. houden is een vervoeging van dichthouden
  13. houden is een vervoeging van geheimhouden
  14. houden is een vervoeging van gereedhouden
  15. houden is een vervoeging van goedhouden
  16. houden is een vervoeging van groothouden
  17. houden is een vervoeging van hooghouden
  18. houden is een vervoeging van huishouden
  19. houden is een vervoeging van inhouden
  20. houden is een vervoeging van instandhouden
  21. houden is een vervoeging van maathouden
  22. houden is een vervoeging van nahouden
  23. houden is een vervoeging van omhooghouden
  24. houden is een vervoeging van openhouden
  25. houden is een vervoeging van ophouden
  26. houden is een vervoeging van overhouden
  27. houden is een vervoeging van rechthouden
  28. houden is een vervoeging van samenhouden
  29. houden is een vervoeging van schoolhouden
  30. houden is een vervoeging van schoonhouden

Voorbeeldzinnen

  1. Rechts houden.
  2. Laten we koffiepauze houden.
  3. Konijnen houden van wortels.
  4. Mensen houden van vrijheid.
  5. Laten we het houden.
  6. Wij houden van onze kinderen.
  7. We houden niet van regen.
  8. Probeer het stil te houden.
  9. We houden niet van geweld.
  10. Vrouwen houden van kleurrijke paraplu's.