Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. hoopje
    drol; broodje; drol; drol; vaste ontlasting; hoeveelheid menselijke of dierlijke uitwerpselen
    Synoniemen: hoop, bolus, bout, dreutel, drol, druk
  2. hoopje
    zijn voorkeur bepalen voor (een of meer uit een aantal personen of zaken)
    Synoniemen: hoop, berg, stapel, tas

Voorbeeldzinnen

  1. Verdeel het monster in vieren door een kegelvormig hoopje te maken en dit in vieren te verdelen („cone and quarter”-techniek) (dit moet in een zuurkast gebeuren).
  2. Binnen 5 seconden nadat dit gebeurd is, wordt de ontstekingsbron bij de onderrand van het hoopje gehouden en tegelijkertijd word de chronometer gestart.
  3. Op basis van het gemeten debiet wordt volgens de instructies van de fabrikant in het midden van het schone horlogeglas ongeveer 5 g van het product zodanig aangebracht, dat het gevormde hoopje niet hoger wordt dan 25 mm.