Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. hoofdje (het ~ | meervoud hoofdjes)
    titel v.e. paragraaf; kopje boven een paragraaf
    "onder een hoofdje"
    Synoniemen: tas
  2. hoofdje
    het bovenste deel van het lichaam dat door de hals met de romp is verbonden
    Synoniemen: hoofd, bol, bolletje, harses, kanis, kersenpit, kersepit, knar, kruin, test, kop, knikker

Voorbeeldzinnen

  1. Zie ook het hoofdje „Evaluatie-/beoordelingssystemen” in deel 1 „Het Europese Handvest voor Onderzoekers”.
  2. In dat geval wordt de kolom met het hoofdje „£ LV + MOT; > LV” niet gebruikt.
  3. Voor zones die geen gebieden omvatten waar deze grenswaarden van toepassing zijn, wordt „n” ingevuld in de kolom met het hoofdje „£ LV”.
  4. In afwijking van artikel 7, lid 2, van Richtlijn 66/401/EEG en bijlage III daarbij wordt voor lidstaten die deelnemen aan het tijdelijke experiment, en voor zaaizaad van de in de eerste kolom van bijlage III bij die richtlijn onder het hoofdje „GRAMINEAE” genoemde soort, het maximumgewicht van een partij vastgesteld op 25 ton.