Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. hobbezak (de ~ | meervoud hobbezakken)
    flodderig kledingstuk
    "wat heeft ze nou toch weer voor een hobbezak aan?"
  2. hobbezak (de ~ | meervoud hobbezakken)
    knoeier
    Synoniemen: kluns, dreutel, duts, frutselaar, hannes, jandoedel, klungel, knurft, lomperd, lummel, prutser, stoethaspel, stuntel, stuntelaar, sukkel, amateur, knuppel