Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. heerlijk
    leuk; aangenaam, prettig; aangenaam, plezierig; met een positieve waardering; prettig; plezierig; prettig; heel prettig
    "heerlijk weer"
    Synoniemen: aardig, lekker, prettig, leuk, aangenaam, plezant, fijn
  2. heerlijk
    zeer smakelijk
    "een heerlijk maal(tje)"
    Synoniemen: delicieus, goddelijk, zalig
  3. heerlijk
    v.d. heer
    "heerlijke rechten"
  4. heerlijk
    zeer aangenaam
    "Ik heb een heerlijke tijd gehad!"
  5. heerlijk
    erg smakelijk
    "We hebben een heerlijke maaltijd genuttigd."
  6. heerlijk
    van de (lands)heer
    "Het meertje bevindt zich op heerlijk terrein."

Voorbeeldzinnen

  1. Je taart is heerlijk.
  2. Dat is echt heerlijk.
  3. De appels zijn heerlijk.
  4. Mijn vader maakte me een heerlijk middagmaal.
  5. De appeltaart van zijn tante was heerlijk, dus hij nam een tweede portie.