Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. heengaan
    het intreden van deze toestand
    Synoniemen: dood, overlijden, verscheiden

Werkwoord

  1. heengaan
    (van mensen) doodgaan
    "van ons heengaan"
    Synoniemen: expireren, insluimeren, ontslapen, overlijden, peigeren, verrekken, verscheiden, sterven, kapotgaan, versmachten, inslapen, creperen
  2. heengaan
    heengaan, zich van een bepaalde plaats verwijderen
    "hij ging zonder nog een woord te zeggen heen"
    Synoniemen: afnokken, aftaaien, moven, nokken, opdonderen, opduvelen, opflikkeren, ophoepelen, opkramen, opkrassen, oplazeren, opmieteren, oprotten, oprukken, opsodemieteren, vertrekken, wegwezen, gaan, weggaan, opstappen

Voorbeeldzinnen

  1. Delen van toestellen voor het zuiveren van water volgens omgekeerde osmose, bestaande uit een bundel holle vezels van kunststof met doorlaatbare wanden, die aan het ene uiteinde zijn ingebed in een blok van kunststof en die aan het andere uiteinde door een blok van kunststof heengaan, het geheel al dan niet geborgen in een cilinder