Betekenis

Werkwoord

  1. harden
    hard maken
  2. harden
    het weerstandsvermogen vergroten van
    "iemand harden"
  3. harden
    hard maken, met name van staal door verhitten, afschrikken en hameren
  4. harden
    psychisch tegen moeilijkheden bestand maken
    "De kostschool hardde de jongen en bereidde hem voor op een loopbaan in het leger."
  5. harden
    ''het, iets ~'' iets verduren
    "De stank was niet te harden"
  6. harden
    het proces van hard worden van een hars, lijm enz
    "Het mengsel is nog niet goed gehard."
  7. harden
    ''zich ~''; zichzelf meer weerstand verschaffen
    "Hij hardt zich voor de komende wedstrijd."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. harden is een vervoeging van aanharden
  2. harden is een vervoeging van afharden
  3. harden is een vervoeging van uitharden

Voorbeeldzinnen

  1. 's Nachts zet ik mijn paprikaplantjes bij het open raam, zodat ze een beetje kunnen harden voor ik ze buiten poot, want ze hebben nu nog zulke dunne steeltjes.
  2. Warmtebehandeling (harden e.d.)
  3. Noot: De in 1B101 bedoelde onderdelen en toebehoren omvatten onder meer matrijzen, doornen, stempels, klemmen en gereedschappen voor het persen van voorvormstukken, of het harden, gieten, sinteren of binden van composieten, laminaten en producten daarvan.
  4. "productieapparatuur" voor de "productie", het hanteren, mengen, harden, gieten, persen, machinaal bewerken, spuitgieten of keuren van vaste stuwstoffen of bestanddelen daarvan, als bedoeld in 1C011.a, 1C011.b, 1C111 of in de Lijst militaire goederen.
  5. Noot:De in 1B101 bedoelde onderdelen en toebehoren omvatten onder meer matrijzen, doornen, stempels, klemmen en gereedschappen voor het persen van voorvormstukken, of het harden, gieten, sinteren of binden van composieten, laminaten en producten daarvan.