Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. happig
    gretig; met veel zin; begerig; begerig; tuk; hevig verlangend
    "happig zijn op iets"
    Synoniemen: begerig, belust, graag, gretig, smachtend, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, scherp, schril, snerpend