Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. grondslag (de ~ | meervoud grondslagen)
    datgene waarop iets berust
    "de grondslagen leggen"
    Synoniemen: fundament, grond, hoeksteen, initia, pijler, basis, voet, substantie, ondergrond
  2. grondslag (de ~ | meervoud grondslagen)
    metselwerk in de grond waarop een muur of huis gebouwd wordt
    "de grondslagen [tot/van/voor] iets leggen"
    Synoniemen: fundament, fondement, fondering, fundering, grondvest, grondvesting, basis

Voorbeeldzinnen

  1. Grondslag
  2. Grondslag voor de berekening
  3. Grondslag voor financiële verslaggeving
  4. Grondslag voor de beoordeling
  5. De grondslag van fysische fotometrie
  6. Vermeld de juridische grondslag van die maatregelen.
  7. Grondslag voor de berekening van quota
  8. aan het product ligt een schriftelijk contract ten grondslag;
  9. INTERNE STEUN: GRONDSLAG VOOR VRIJSTELLING VAN DE VERLAGINGSVERBINTENISSEN
  10. De bijdrage wordt op de grondslag van het overlevingspensioen berekend.