Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. gretig
    gretig; met veel zin; begerig; begerig; tuk; hevig verlangend
    "een gretige blik"
    Synoniemen: begerig, belust, graag, happig, smachtend, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, scherp, schril, snerpend

Bijwoord

  1. gretig
    op een wijze die van grote honger of dorst blijk geeft

Voorbeeldzinnen

  1. De kinderen wachten gretig op de eerste sneeuw om een sneeuwman te maken.