Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. gis (de ~)
    gok
    "naar/bij de gis"
    Synoniemen:

Bijvoeglijk naamwoord

  1. gis
    gevaar opleverend
    Synoniemen: link, gevaarlijk
  2. gis
    snel van gedachten, van begrip of daarvan blijk geven
    "een gisse jongen"
    Synoniemen: slim, bekeken, clever, kien, pienter, snugger, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, scherp, schril, snerpend

Verwijzingen

Werkwoord

  1. gis is een vervoeging van gissen

Voorbeeldzinnen

  1. Olijfolie — Financiering GIS
  2. Geografische informatiesystemen (GIS of dergelijke)
  3. Aanvraagjaar 2005 — tekortkomingen in SIPL-GIS
  4. Tekortkomingen in de werking van het LPIS-GIS
  5. Tekortkomingen in LPIS-GIS en de controles ter plaatse
  6. SIPL-GIS niet volledig operationeel, controles ter plaatse ontoereikend
  7. Tekortkomingen in LPIS-GIS en de controles ter plaatse
  8. De steun voor olijfgaarden wordt toegekend per GIS-ha olijven.
  9. Ontoereikende controle bij duidelijk te hoge declaraties, geconstateerd op basis van het GIS
  10. Tekortkomingen in LPIS-GIS, controles ter plaatse en berekening van sancties