Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. gierig
    vrekkig; gierig; vrekkig; gierig; gierig
    "zo gierig als het graf"
    Synoniemen: geldzuchtig, knieperig, knijperig, krentenkakkerig, krenterig, pinnig, schraapachtig, schraapzuchtig, schraperig, schriel, vrekkig

Voorbeeldzinnen

  1. Ondanks al zijn rijkdom is hij toch gierig.
  2. In Nederland is het de gewoonte dat, wanneer bij de bouw van een huis het hoogste punt bereikt is en de dakpannen gelegd kunnen worden, de opdrachtgever de bouwvakkers op zogenaamd "pannenbier" trakteert om dit te vieren. Er wordt dan een vlag in de nok van het huis geplaatst. Is de opdrachtgever te gierig om te trakteren, dan wordt geen vlag, maar een bezem geplaatst.