Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. gezamenlijk
    gezamenlijk; met z'n allen; gemeenschappelijk; mbt. de EU
    Synoniemen: gemeenschappelijk, collectief, communaal, gemeen, communautair
  2. gezamenlijk
    samen
    "gezamenlijk reizen"

Voorbeeldzinnen

  1. Iedereen kan een verschil maken in zijn eigen leven en daarmee gezamenlijk de wereld een betere plaats maken voor zichzelf en anderen om zich heen.
  2. gezamenlijk
  3. Gezamenlijk optreden
  4. Gezamenlijk verslag
  5. Gezamenlijk marktaandeel
  6. Gezamenlijk toezicht
  7. Gezamenlijk optreden
  8. waarvan hoofdelijk en gezamenlijk
  9. gezamenlijk operationeel comité.
  10. Gezamenlijk gebruik van gegevens