Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. gezagsdrager (de ~ | meervoud gezagsdragers)
    iem. van erkend gezag
    "de hoogste politieke gezagsdragers van het land"
    Synoniemen: autoriteit, gezagdrager, gezagsdragers

Voorbeeldzinnen

  1. De stuurgroep is de hoogste gezagsdrager van het BONUS-EESV, vormt het besluitvormings- en bestuursorgaan van het EESV en heeft de leiding over het secretariaat.
  2. Aangezien BB is georganiseerd als privaatrechtelijke vennootschap op aandelen en de borgstelling een instituut van het privaatrecht (§ 1356 ABGB (Oostenrijks algemeen burgerlijk wetboek)) is, zouden de voorwaarden en de omvang van de aansprakelijkheid van de deelstaat Burgenland zich echter richten naar privaatrechtelijke voorschriften; de staat heeft hier als eigenaar van Bank Burgenland namelijk niet opgetreden als openbare gezagsdrager.