Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. gespitst
    oplettend; bijdehand; met vuur bewerken van iets; zich gespannen toeleggend op
    "gespitst zijn op [een goede afloop]"
    Synoniemen: alert, kien, vinnig, gebrand, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, scherp, schril, snerpend

Verwijzingen

Werkwoord

  1. gespitst is een vervoeging van spitsen