Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. geslepen
    listig, doortrapt
    "een geslepen onderhandelaar"
    Synoniemen: sluw, arglistig, doortrapt, leep, listig, slinks, link, geraffineerd, bijtend, doordringend, fel, guur, schel, scherp, schril, snerpend

Verwijzingen

Werkwoord

  1. geslepen is een vervoeging van slijpen

Voorbeeldzinnen

  1. geslepen en mechanisch gepolijst
  2. gegraveerde of geslepen delen van juwelen.
  3. geslepen of op andere wijze versierd
  4. Ander vuurgepolijst, geslepen of gepolijst glas, n.e.g.
  5. Bovenaanzicht van het deksel uit geslepen glas
  6. Scheitrechters, 1000 ml, met geslepen stop.
  7. Scheitrechters, 1000 ml, met geslepen stop.
  8. gegraveerde of geslepen delen van juwelen.
  9. Reageerbuizen: 160 × 16 mm, met geslepen stop.
  10. Optisch glas van 7003, 7004 of 7005, schuin geslepen randen, gegraveerd, enz.