Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. gemeenschappelijk
    gezamenlijk; met z'n allen; gemeenschappelijk; mbt. de EU
    "een gemeenschappelijke keuken"
    Synoniemen: collectief, communaal, gezamenlijk, gemeen, communautair
  2. gemeenschappelijk
    waar alle leden van een gemeenschap gebruik van kunnen maken
    "Dit zijn de gemeenschappelijke douches."
  3. gemeenschappelijk
    waar alle leden van een gemeenschap aan meedoen
    "Dit is een gemeenschappelijk project."
  4. gemeenschappelijk
    gerelateerd aan meer dan een entiteit
    "Dat is een gemeenschappelijke vriend van hun."

Voorbeeldzinnen

  1. Het zwembad wordt gemeenschappelijk gebruikt door alle kinderen in de buurt.
  2. Gemeenschappelijk controlecomité
  3. Gemeenschappelijk leren
  4. Gemeenschappelijk onderzoek
  5. Gemeenschappelijk reisgebied
  6. Gemeenschappelijk optreden
  7. Gemeenschappelijk controleorgaan
  8. Gemeenschappelijk landbouwbeleid
  9. REGELINGEN VOOR GEMEENSCHAPPELIJK DOUANEVERVOER
  10. Communautaire invoervergunning — Gemeenschappelijk formulier