Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. gehoorzaal (de ~ | meervoud gehoorzalen)
    collegezaal; gehoorzaal
    "college geven in een ruime gehoorzaal"
    Synoniemen: auditorium, aula
  2. gehoorzaal (de ~ | meervoud gehoorzalen)
    alle toeschouwers; collegezaal; verzamelde toehoorders
    "college geven in een ruime gehoorzaal"
    Synoniemen: publiek, gehoor