Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. gaaf
    leuk; leuk; erg goed
    "een gave cd"
    Synoniemen: vet, tof
  2. gaaf
    zonder beschadiging
    "Deze appel heeft een gaaf oppervlak."
  3. gaaf
    in de populaire smaak vallend
    "Hij heeft zo'n gave nieuwe laptop gekregen."

Zelfstandig naamwoord

  1. gaaf
    gaaf; ongedeerd; niet beschadigd; intact
    "een gave huid"
    Synoniemen: intact, onbeschadigd, ongeschonden

Voorbeeldzinnen

  1. Zijn auto is echt gaaf.
  2. Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.
  3. Zij moeten vast zijn en het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn.
  4. Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn, en de schil moet vrij zijn van ruige ruwschilligheid.
  5. Het vruchtvlees moet volkomen gaaf zijn, en de schil moet vrij zijn van ruige ruwschilligheid [7] Dit is niet van toepassing wanneer de ruwschilligheid karakteristiek is voor de variƫteit.