Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. fortuin (het ~ | meervoud fortuinen)
    aanzienlijke som geld
    "een klein fortuin"
    Synoniemen: kapitaal
  2. fortuin (de ~ | meervoud fortuinen)
    het lot als beslissende factor; dat wat het lot je toebedeelt; leiding van God; loop der gebeurtenissen in het leven
    "de fortuin is hem gunstig gezind"
    Synoniemen: lotsbeschikking, lotsbestel, providentie, voorbeschikking, voorbestemming, voorzienigheid, lot

Voorbeeldzinnen

  1. Deze diamant kost een fortuin.
  2. John erfde een groot fortuin.
  3. Hij liet zijn zoon een fortuin na.
  4. de in punt 4 beschreven steun, bestaande uit een storting van 517 miljoen EUR die gepaard gaat met een clausule inzake „de terugkeer tot beter fortuin”.
  5. De staatssteun die Frankrijk voornemens is aan de onderneming Bull te verlenen, bestaande in een betaling van 517 miljoen EUR, met daaraan gekoppeld een clausule inzake de terugkeer tot beter fortuin, is verenigbaar met de gemeenschappelijke markt, mits aan de in artikel 2 opgenomen voorwaarden wordt voldaan.
  6. In ruil heeft de Franse staat een „terugkeer van de schuldenaar tot beter fortuin”-clausule opgelegd in de vorm van de betaling aan de staat door Bull van 23,5 % van haar lopende geconsolideerde jaarresultaat (vóór belastingen), gedurende een periode van 8 jaar te rekenen vanaf het boekjaar afgesloten per 31 december 2005.