Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. flapdrol (de ~ | meervoud flapdrollen)
    domoor
    "hij is een ontzettende/ongelofelijke/enorme/grote flapdrol"
    Synoniemen: sufferd, appelflap, augurk, dodo, dombo, domoor, onbenul, drol, droplul, druiloor, eendvogel, ei, eikel, ezel, ezelskop, ezelsveulen, hals, ignorant, jojo, kalf