Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. fiks
    in hoge mate
    "fiks uit de kluiten gewassen zijn"
    Synoniemen: danig, duchtig, ouderwets
  2. fiks
    groot, krachtig
    "Na wat onderhandelen heb ik een fikse korting bedongen."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. fiks is een vervoeging van fiksen