Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. fijn
    leuk; aangenaam, prettig; aangenaam, plezierig; met een positieve waardering; prettig; plezierig; prettig; heel prettig
    "iets fijn vinden"
    Synoniemen: aardig, lekker, prettig, leuk, aangenaam, plezant, heerlijk
  2. fijn
    met veel nuances en verfijningen
    "iets fijn afwerken"
    Synoniemen: verfijnd, gecultiveerd, gesofistikeerd, precieus, sophisticated, geraffineerd
  3. fijn
    niet grof; fragiel
    "een fijne kam/schaalverdeling"
    Synoniemen: teer
  4. fijn
    tot in de details; precies, gedetailleerd
    "een fijne pen/stift"
    Synoniemen: gedetailleerd
  5. fijn
    van geringe dikte
  6. fijn
    nauwkeurig en klein
  7. fijn
    leuk.

Verwijzingen

Werkwoord

  1. fijn is een vervoeging van fijnhakken
  2. fijn is een vervoeging van fijnkauwen
  3. fijn is een vervoeging van fijnknijpen
  4. fijn is een vervoeging van fijnmaken
  5. fijn is een vervoeging van fijnmalen
  6. fijn is een vervoeging van fijnprakken
  7. fijn is een vervoeging van fijnslaan
  8. fijn is een vervoeging van fijnsnijden
  9. fijn is een vervoeging van fijnstampen
  10. fijn is een vervoeging van fijnstoten
  11. fijn is een vervoeging van fijntrappen
  12. fijn is een vervoeging van fijnwrijven

Voorbeeldzinnen

  1. Fijn u te ontmoeten. Ik ben een miereneter.
  2. fijn,
  3. fijn haar,
  4. fijn haar
  5. Filtreerpapier, fijn.
  6. Fijn wit reukloos poeder
  7. Fijn wit poeder
  8. Fijn wit vrijstromend poeder
  9. fijn haar, gekaard of gekamd
  10. Fijn wit poeder zonder korreligheid