Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. extern
    buiten iets liggend, van buiten komend
    "een extern (advies)bureau"
    Synoniemen: extrinsiek, uitwendig
  2. extern
    zich aan de buitenzijde vertonend of daarop betr. hebbend
    "extern onderhoud"
    Synoniemen: uiterlijk, exterieur, uitwendig
  3. extern
    niet in het huis, niet thuis wonend
    "extern( wonend)e leerlingen"
    Synoniemen: uitwonend
  4. extern
    uitwendig
  5. extern
    van buiten afkomstig zijn
    "De ziekte was extern zichtbaar door verkleuring van de huid."

Voorbeeldzinnen

  1. extern
  2. Extern oplaadbaar/niet-extern
  3. Intern/extern
  4. Extern registratienummer:
  5. EXTERN BELEID
  6. Extern registratienummer
  7. Extern oplaadbaar/niet-extern oplaadbaar (2)
  8. Niet-extern oplaadbare voertuigen
  9. ook „extern oplaadbaar” genoemd;
  10. ook „extern oplaadbaar” genoemd.