Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. exterieur
    zich aan de buitenzijde vertonend of daarop betr. hebbend
    Synoniemen: uiterlijk, extern, uitwendig
  2. exterieur
    uitwendig.
    "Hij is gespecialiseerd in exterieure groenvoorziening."

Zelfstandig naamwoord

  1. exterieur
    de buitenkant van een gebouw
    "Het exterieur was mooi versierd."

Voorbeeldzinnen

  1. Daarnaast is het wenselijk de fokwaardeschatting uit te breiden tot voortplantingskenmerken en tot het exterieur bij alle types van rassen waarbij deze kenmerken worden beoordeeld.