Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. erg (het ~)
    kwade bedoeling
    "geen erg hebben in iets"
  2. erg
    het bewust zijn van iets
    "Ik heb daar geen erg in gehad."

Bijvoeglijk naamwoord

  1. erg
    erg, geweldig
    "erge honger/dorst/slaap/haast hebben"
    Synoniemen: hevig, sterk, hard, zwaar, ernstig, fel, stevig, heftig, krachtig, straf, vurig, vet
  2. erg
    slecht; naar
    "iets erg vinden"
    Synoniemen: ellendig, bedonderd, beroerd, zwart
  3. erg
    verschrikkelijk, deerniswekkend, hevig
    "Katrina was de ergste ramp die New Orleans tot dusver overkomen is."

Bijwoord

  1. erg
    in hoge mate, zeer
    "Dit is een erg moeilijke zaak."

Voorbeeldzinnen

  1. Ik ben erg kort.
  2. Ze is erg intelligent.
  3. Jullie zijn erg sexy.
  4. Ik ben erg gevaarlijk.
  5. Ik was erg moe.
  6. Hij was erg moe.
  7. Je bent erg veranderd.
  8. Paardrijden is erg leuk.
  9. Heel erg bedankt, dokter.
  10. Ze werden erg nerveus.