Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. enorm
    reusachtig; enorm; enorm; geweldig; gigantisch; geweldig; geweldig
    "een enorm succes/feest"
    Synoniemen: buitenmatig, gigantisch, grandioos, immens, kolossaal, ongelofelijk, ongelooflijk, ontzaglijk, reusachtig, razend
  2. enorm
    buitengewoon groot
    "een enorm(e) kei/flatgebouw"
    Synoniemen: overgroot, gigantisch
  3. enorm
    buitensporig groot
    "Hij behaalde er een enorme overwinnig."

Voorbeeldzinnen

  1. Dat dier is enorm!
  2. Hij woont in een enorm huis.
  3. Het moet enorm moeilijk voor haar zijn het huishouden alleen te runnen na de scheiding.
  4. Importeurs kopen doorgaans een enorm assortiment aan voedingsproducten.
  5. Het totale EU-verbruik van het betrokken product is enorm gestegen, met bijna 16000 procentpunt.
  6. De operatie kende een enorm succes en werd op 11 april afgesloten.
  7. De winst is in het OT omgeslagen in een enorm verlies, dat voor de bedrijfstak van de Unie gemiddeld 15 % bedroeg.
  8. De afgelopen vijftig jaar heeft orgaantransplantatie een vaste plaats ingenomen in de hele wereld en hebben honderdduizenden patiënten enorm veel baat hierbij gehad.
  9. Het marktaandeel van de betrokken landen groeide in de beoordelingsperiode enorm, namelijk van 9,2 % in 2001 tot 22,8 % in het onderzoektijdvak.
  10. Door de in 2008 begonnen financiële en economische crisis zijn de werkgelegenheid en het productiepotentieel sterk gedaald en zijn de overheidsfinanciën enorm verslechterd.