Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. elektronica (de ~)
    onderdeel v.d. elektrotechniek
    "hoogwaardige elektronica"
  2. elektronica
    de tak van elektrotechniek die zich bezighoudt met het gedrag van elektronen in actieve componenten zoals elektronenbuizen en transistors of in niet-lineaire componenten zoals b.v. diodes
    "Hij is bezig elektronica te leren."

Voorbeeldzinnen

  1. ELEKTRONICA
  2. Categorie 3 Elektronica
  3. beeld- en geluidssynchronisatie- elektronica.
  4. Elektronica (geen ICT of voor recreatie)
  5. fundamentele technische kennis, zoals elektrotechniek, elektronica en aerodynamica;
  6. Het scherm bevat geen elektronica om videosignalen weer te geven.
  7. Visuele controle of door bediening tijdens een test op de weg of door middel van elektronica.
  8. Ook moet rekening worden gehouden met duurzaamheidskwesties, vooral op het gebied van de elektronica.
  9. De nauwkeurigheid van de sensor met ingebouwde elektronica ligt in het volgende gebied:
  10. zorgen voor het opzetten en op een duurzame wijze beheren van het GTI inzake nano-elektronica;