Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. eend (de ~ | meervoud eenden)
    eend; bepaalde watervogel met zwemvliezen
    "wilde eend met gekonfijte appels"
    Synoniemen: bout
  2. eend (de ~ | meervoud eenden)
    domoor
    "wat ben je toch een eend!"
    Synoniemen: sufferd, appelflap, augurk, dodo, dombo, domoor, onbenul, drol, droplul, druiloor, eendvogel, ei, eikel, ezel, ezelskop, ezelsveulen, flapdrol, hals, ignorant, jojo
  3. eend (de ~ | meervoud eenden)
    bepaald type auto
    "een lelijke eend"
    Synoniemen: deux-chevaux
  4. eend
    watervogel, familie van de ganzen en zwanen
  5. eend
    het wijfje van een eendensoort
    "De woerd van de Amerikaanse en Eurazische smient zijn goed in het veld te onderscheiden maar de eend niet."

Voorbeeldzinnen

  1. De koe loeit, de haan kraait, het varken knort, de eend kwaakt en de kat miauwt.
  2. De koe zegt "boe", de haan zegt "kukelekuu", het varken zegt "knor", de eend zegt "kwak" en de kat zegt "miauw".
  3. Commentatoren hebben op verschillende wijzen het geluid van de vuvuzela beschreven als "vervelend" en "satanisch" en vergeleken met "een massale vlucht van olifanten", "een oorverdovende zwerm sprinkhanen", "een geit op weg naar haar slachting", "een gigantische bijenkorf vol met boze bijen" en "een eend die gedrogeerd is met speed".
  4. Eend Barbarijse eend „Mulard”-eend
  5. Wilde eend
  6. Mellers eend
  7. Mellers eend
  8. Marianen-eend
  9. Madagaskar-eend
  10. Wilde eend