Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. duur
    deftig, gewichtig
    "een dure meneer"
  2. duur
    duur; prijzig; duur
    "goede raad is duur"
    Synoniemen: onvoordelig, prijzig, kostbaar
  3. duur
    niet goedkoop

Zelfstandig naamwoord

  1. duur (de ~)
    benodigde tijd; tijdsduur
    "voor de duur van [het project]"
    Synoniemen: lengte
  2. duur
    benodigd tijdbestek

Voorbeeldzinnen

  1. Duur
  2. Dat is zeer duur!
  3. Het is niet duur.
  4. Dat is te duur!
  5. Het was niet duur.
  6. Dit horloge is duur.
  7. Het is erg duur.
  8. Gerechtigheid is duur.
  9. Wat ze kocht was heel duur.
  10. Dit is te duur