Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. duivels
    razend; woedend; hoog opschietend; erg kwaad; giftig; heel boos; woedend; furieus; woedend; erg kwaad; erg kwaad; witgloeiend
    Synoniemen: woedend, bloedlink, fulminant, furieus, laaiend, pisnijdig, pissig, rabiaat, rebels, spinnijdig, ziedend, razend, woest, giftig, hels, witheet
  2. duivels
    satanisch; duivels; satanisch; met boosaardige spot; duivels
    "ergens een duivels genoegen in scheppen"
    Synoniemen: demonisch, diabolisch, duivelachtig, infernaal, mefistofelisch, sardonisch, satanisch
  3. duivels
    als een duivel
    "Dat was echt een duivels plan."
  4. duivels
    vervloekt.
    "Die duivelse jongen heeft weer iets uit mijn tuin gestolen!"
  5. duivels
    boos, ongeduldig
    "Je wordt er duivels van."
  6. duivels
    In hoge mate
    "Ik was toen echt even duivels kwaad."

Bijwoord

  1. duivels
    In hoge mate
    "Ik was toen echt even duivels kwaad."

Tussenwerpsel

  1. duivels
    een uitroep van verbazing
    "Duivels zeg!"

Voorbeeldzinnen

  1. Ledigheid is des duivels oorkussen.
  2. Zich vergissen is menselijk. Volharden is des duivels