Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. duidelijk
    goed waarneembaar; goed waarneembaar; evident; klaarblijkelijk
    "een duidelijk beeld/signaal/verband/herkenningspunt/handschrift"
    Synoniemen: helder, klaarblijkelijk, kennelijk
  2. duidelijk
    gemakkelijk te begrijpen
    "duidelijke instructies"
    Synoniemen: begrijpelijk, helder, klaar, inzichtelijk, doorzichtig, bevattelijk
  3. duidelijk
    niet mis te verstaan
    "Dit was een duidelijke verklaring van de oorzaak ervan."
  4. duidelijk
    goed te herkennen
    "Zijn laatste foto gaf de duidelijkste weergave."

Voorbeeldzinnen

  1. Duidelijk.
  2. Duidelijk.
  3. Spreek langzaam en duidelijk.
  4. Spreek alsjeblieft zo duidelijk mogelijk.
  5. Hij maakte zijn bedoeling duidelijk.
  6. Je hebt het duidelijk mis.
  7. Hij verklaarde zijn redenen duidelijk.
  8. Zijn uitleg is niet duidelijk.
  9. Ik heb een duidelijk bewijs.
  10. Spreek duidelijk en laat jezelf horen.