Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. druilerig
    zonder energie, fut om iets te ondernemen
    Synoniemen: lusteloos, apathisch, beroerd, energieloos, futloos, hangerig, lamlendig, lamzalig, landerig, lethargisch, pitloos, verveeld, zakkerig, zakkig
  2. druilerig
    regenachtig; druilerig
    "(een) druilerig(e) weer/dag/regen"
    Synoniemen: druilig, motterig, miezerig