Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. droog
    geestig
    "(een) droge humor/opmerking"
  2. droog
    niet nat
    "'vrijwel overal'/overwegend droog"
  3. droog
    uitgedroogd; guur
    "een droge mond/keel"
    Synoniemen: uitgedroogd, schraal
  4. droog
    niet interessant; heel saai; weinig afwisselend; saai; saai; oninteressant; vervelend; om je bij te vervelen
    "een droog en saai verhaal"
    Synoniemen: duf, kleurloos, monotoon, oninteressant, slaapverwekkend, suf, eentonig, vervelend, dom, stom, saai
  5. droog
    droog; van drank: niet zoet
    "droge wijn/sherry"
    Synoniemen: dry, sec
  6. droog
    geen of zeer weinig vocht bevattend
    "Die broek is weer droog."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. droog is een vervoeging van drogen

Voorbeeldzinnen

  1. Droog je tranen.
  2. Zij heeft droog haar.
  3. Droog zand neemt water op.
  4. Mijn hemd is nog niet droog.
  5. Heren, doe de bril omhoog! Dames zitten ook graag droog.
  6. Een gezonde geest kan niet leven in een droog lichaam
  7. % droog
  8. droog gas
  9. Hittebestendigheid (droog)
  10. Tropisch — Droog