Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. drol (de ~ | meervoud drollen)
    drol; broodje; drol; drol; vaste ontlasting; hoeveelheid menselijke of dierlijke uitwerpselen
    "een drol draaien"
    Synoniemen: hoop, bolus, bout, dreutel, druk, hoopje
  2. drol
    uitwerpsel, ontlasting
    "Die honden laten altijd drollen achter op het trottoir."