Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. driedubbel
    driedubbel; drievoudig; driema(a)l(ig)
    "een driedubbele salto"
    Synoniemen: drievoudig, drievuldig, driewerf, triple, absoluut, onvermengd, onvoorwaardelijk, volstrekt, zuiver, puur

Voorbeeldzinnen

  1. Isolatie en verluchting (bv. spouwmuur‐ en dakisolatie, ramen met dubbel/driedubbel glas, passieve verwarming en koeling enz.).