Betekenis

Zelfstandig naamwoord

  1. domoor (de ~ | meervoud domoren)
    domoor
    "een grote domoor"
    Synoniemen: sufferd, appelflap, augurk, dodo, dombo, onbenul, drol, droplul, druiloor, eendvogel, ei, eikel, ezel, ezelskop, ezelsveulen, flapdrol, hals, ignorant, jojo, kalf
  2. domoor
    domkop, dommerik, sufferd