Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. diep
    ver naar beneden; diepe plaats in water
    "een diep decolleté"
  2. diep
    ver naar achteren
    "een diepe voorzet"
  3. diep
    zeer krachtig, hevig
    "diep ongelukkig/bedroefd/geroerd/geraakt/geschokt/gekwetst/gegriefd"
    Synoniemen: intens, godsgruwelijk
  4. diep
    van (stem)geluid; laag en diep; niet helder van klank
    "een diepe stem"
    Synoniemen: zwaar, donker
  5. diep
    waar de bodem ver naar beneden is
    "Toen hij tien was geworden mocht hij het diepe water van het zwembad in."

Verwijzingen

Werkwoord

  1. diep is een vervoeging van diepen

Voorbeeldzinnen

  1. Hoe diep is het meer?
  2. Hoe diep is het meer?
  3. Ik weet niet hoe diep het meer is.
  4. Tom was diep in slaap toen Mary de kamer binnenkwam.
  5. Noors Diep
  6. Laagland, diep, lage alkaliniteit, helder
  7. Op strobedding (diep strooisel — loopstal)
  8. Waterbekkens, diep, groot, kalkhoudend, stroomgebied < 20000 km2
  9. Putopies en callopties die diep „out of the money” zijn.
  10. Behuizing: lattenvloer (volledig/gedeeltelijk); harde vloer; diep stro of andere