Betekenis

Bijvoeglijk naamwoord

  1. dienstdoend
    dienst hebbend; dienstdoende
    "de dienstdoende arts/verpleegkundige/ambtenaar/agenten"
    Synoniemen: wachtdoend, actief

Voorbeeldzinnen

  1. Dienstdoend bemanningslid
  2. Dienstdoend bemanningslid
  3. tot het dienstdoend personeel behoort;
  4. tot het dienstdoend personeel behoort;
  5. Elk in de cockpit dienstdoend lid van het cockpitpersoneel dient voorzien te worden van aanvullende zuurstof conform bijlage 1.
  6. Elk in de cockpit dienstdoend lid van het cockpitpersoneel dient voorzien te worden van aanvullende zuurstof conform bijlage 1.
  7. Aantal personen, met uitzondering van dienstdoend cabine- en cockpitpersoneel, dat een vliegreis maakt (uitsluitend binnenlandse vluchten) (bron: vervoerstatistieken).
  8. Medewerkers van een Sirenebureau dienen zo veel mogelijk talen te beheersen. Dienstdoend personeel dient te kunnen communiceren met alle Sirenebureaus.
  9. de gezagvoerder voor het luchtvaartterrein gekwalificeerd is doordat hij het in de laatste 36 maanden als dienstdoend cockpitpersoneelslid of als waarnemer bezocht heeft;
  10. De exploitant zorgt ervoor dat de totale bloktijden van de vluchten waarop een individueel bemanningslid is aangewezen als dienstdoend bemanningslid niet meer bedragen dan: